Enkele scouting technieken

Schetsen, hoogtemeting en afstandsmeting met de Jakobsstaf

Schetsen, hoogtemeting en afstandsmeting met de Jakobsstaf zijn naast landkaart, kompas en pionieren typische scoutingtechnieken.

Deze drie technieken worden zelden genoemd op Scoutingwebsites, ik wil je er dan ook graag meer over vertellen. Over knopen, kaart en kompas zijn al heel veel pagina’s geschreven, deze technieken kun je veel beter via andere websites leren.

Schetsen

Om je heen kijken

Goed om je heen kijken was en is erg belangrijk, je hebt hier niet alleen bij scouting wat aan, ook in het dagelijks leven komt het goed van pas als je let op details die niet iedereen ziet. Iedereen kent wel het scherpe waarnemingsvermogen van Sherlock Holmes en Miss Marple.

Oefenen

Goed om je heen kijken kun je oefenen door het maken van schetsen. Als je schetst moet je eerst de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden, maar toch moet je ook goed op kleine details letten. Het is bijvoorbeeld belangrijk hoe ver de objecten weg staan en hoe de onderlinge verhoudingen zijn tussen de onderdelen (ver weg – dichtbij, breed – smal).

Schetsen kan iedereen leren!

Kies eerst iets uit om te schetsen, begin met iets eenvoudigs. Bekijk het voorwerp eens vanuit verschillende hoeken en afstanden. Kies een voorwerp met een stukje achtergrond om een schets van te maken. Begin met een niet te moeilijke omgeving! Schets niet te klein en gebruik een groot vel papier anders wordt het al gauw een priegelwerkje. Gebruik geen liniaal of andere hulpmiddelen. Een stuk gum kun je gebruiken maar bedenk dat een verkeerd getrokken lijn vanzelf wordt verbeterd als eerst dun geschetst wordt en pas daarna de hoofdlijnen worden aangedikt.

Eerst de ruwe omtrekken, later details

Begin de ruwe omtrekken van het voorwerp met hele dunne lijntjes op een vel papier te tekenen. Kijk wat de belangrijkste lijnen zijn in de schets en maak deze dikker. Daarna kunnen de details getekend worden. Probeer er hierbij achter te komen wat er speciaal is aan het voorwerp (waardoor wordt het voorwerp juist herkenbaar) en teken alleen deze lijnen in de schets. Let er op dat deze details in de goede verhouding worden getekend vergeleken met de ruwe omtrekken. Probeer niet de schets mooier te maken door vlakken in te kleuren en schaduwen in te tekenen, hierdoor wordt de schets meestal onduidelijker.

Soorten schetsen

Er zijn verschillende soorten schetsen die bij scouting gebruikt worden:

Horizonschets Hier wordt alleen getekend wat er aan de horizon zichtbaar is, dit zijn dus alleen de omtrekken van alles wat je ziet (bomen, huizen, enz.).

Recognografische schets Hier teken je alles wat er in de omgeving te zien is. Als de schets goed is moet een vreemde met de schets in de hand kunnen aanwijzen waar de schets gemaakt is.

Situatieschets Deze schets heb je vast al gebruikt. Dit is een plattegrond van een gebied waarop je bijvoorbeeld laat zien hoe iemand van het station naar jouw huis moet lopen.

 

Hoogtemeting

Met eenvoudige hulpmiddelen kan de hoogte bepaald worden van een object. Dit object kan bijvoorbeeld een boom, gebouw of vlaggemast zijn. De enige hulpmiddelen die je nodig hebt zijn een stok en een meetlint, maar hier kun je natuurlijk ook improviseren. Voorwaarde is dat het te meten object wel bereikbaar is, er moet geen rivier voorlangs stromen.

Uitvoering

Meet de lengte van de stok. Ga nu zo ver van het te meten object af op de grond liggen dat je de top van het te meten object nog net over de bovenkant van de stok kunt zien als je met het hoofd op de grond liggend over de stok heen kijkt. Zorg er voor dat de afstand tussen stok en hoofd hierbij net zo groot is als de lengte van de stok. Dus als de stok 1,10 meter lang is dan houdt je de stok ook op 1,10 meter afstand van je hoofd tussen het object en je hoofd. Vraag eventueel aan iemand om de stok vast te houden. Leg je hoofd zo vlak mogelijk op de grond, en kijk over de stok met het oog dat zich het dichtst bij de grond bevindt.

Tip
Gebruikt een touw dat net zo lang is als de stok zelf (1,10 m in dit voorbeeld) en bevestig deze onderaan de stok.Je weet nu hoe ver je het hoofd van de stok verwijderd moet houden.

Bepaling lengte

De hoogte van het object is gelijk aan de afstand tussen de plaats van het hoofd en de voet van het te meten object (tenminste als het terrein over die afstand horizontaal loopt). Als het object op een heuvel staat dan meet je de hoogte ten opzichte van de plaats waar je op dat moment staat.

Uitleg

In de tekening is de plaats voor het oog linksonder bij de α, de stok is het korte dikke lijnstuk in de kleine driehoek aangegeven met Y. Het te meten object is het verticale lijnstuk aangegeven met Y’.

Stelling van pythagoras
Hoogtemeting, stelling van pythagoras

Stel de afstand van je oog tot de voet van het te meten object is 15 meter dan is de hoogte dus:

y/x = Y'/X' → 1,10/1,10 = Y'/15 → Y'= 1,10/1,10 × 15 = 15 meter

Afstandsmeting met de Jakobsstaf

De afstand tussen bijvoorbeeld 2 bomen of twee gebouwen kan met een eenvoudig hulpmiddel opgemeten worden. We gebruiken hiervoor de Jakobsstaf en mogelijk nog een meetlint als de meting nauwkeurig moet worden uitgevoerd. De meting kan op enige afstand van de objecten worden uitgevoerd, hierbij maakt het zelfs niet uit als er bijvoorbeeld een rivier tussen de plaats waar je staat en de objecten stroomt.

De Jakobsstaf

Het is mij niet duidelijk waar de naam vandaan komt maar het is in ieder geval een rechte lat die is verdeeld in zes gelijke stukken (bijvoorbeeld een lat van 60 cm lang die is verdeeld in zes gelijke stukken van elk 10 cm). Er is ook nog een dwarsstokje dat precies even lang is als 1 deel van de lange lat (in ons voorbeeld dus 10 cm).

Het gebruik

Aan de hand van de tekening wordt het gebruik uitgelegd. Als je de afstand wilt bepalen tussen de twee punten (bijvoorbeeld twee bomen) C en D dan leg je eerst het dwarsstokje op de lat. Kijk over de lat die horizontaal vastgehouden wordt naar een punt midden tussen C en D. Schuif nu het dwarsstokje zover weg dat je langs beide uiteinden kijkend nog precies de twee objecten C en D kunt zien. Loop nu net zo lang naar voren of achteren tot het dwarsstokje op de grens van een zwart/wit blok valt. Op de tekening sta je nu bij punt A. Hier staat het dwarsblokje op de overgang van het tweede naar het derde blokje getekend. Markeer de plaats waar je nu staat.

Je schuift het dwarsstokje nu precies 1 deel naar voren of achteren. Loop nu net zo ver naar voren of achteren tot je opnieuw weer juist de punten C en D kunt zien terwijl je over de uiteinden van het dwarsstokje kijkt. In het voorbeeld is dit punt B. Het dwarsblokje staat nu op de overgang van het derde naar het vierde blokje getekend.

De afstand tussen de objecten C en D is nu de afstand die je voor- of achteruit bent gelopen ten opzichte van het gemarkeerde punt bij A. Op de tekening is dit de afstand van A tot B.

tekening van een jakobstaf